ECLI:NL:RVS:2022:3738
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bezwaar tegen herziening voorschot zorg- en huurtoeslag 2018
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot zorg- en huurtoeslag van appellant over 2018 herzien en vastgesteld op nihil vanwege een gewijzigde schatting van het toetsingsinkomen. Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van het geschatte inkomen, maar leverde geen voldoende onderbouwing aan. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het beroep van appellant af.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel stukken had aangeleverd en dat onterecht geen rekening was gehouden met een negatief inkomen van de gemeente Rotterdam en de financiële situatie van zijn ex-partner. De rechtbank had vastgesteld dat appellant geen gebruik had gemaakt van zijn recht op een zitting en dat het geschatte inkomen op basis van de beschikbare gegevens juist was vastgesteld.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellant geen gebruik heeft gemaakt van zijn recht om gehoord te worden en dat de beoordeling van het bezwaar en beroep gemotiveerd en juist is. De aangevoerde gronden in hoger beroep zijn onvoldoende om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.