ECLI:NL:RVS:2022:3737
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over terugvordering toeslagen 2012 en 2013 wegens termijnoverschrijding bezwaar
De Belastingdienst/Toeslagen heeft de zorg- en huurtoeslag van appellant over de jaren 2012, 2013 en 2014 herzien en vastgesteld op nihil, met terugvorderingen wegens vermeend onrechtmatig verblijf. Appellant maakte bezwaar, dat deels niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor 2012 en 2013 en vernietigde het besluit van 30 september 2019, maar wees het beroep voor 2014 af.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de termijnoverschrijding bij bezwaar over 2012 en 2013 heeft beoordeeld, terwijl dit niet tot haar bevoegdheid behoort. Hierdoor is het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Voor 2014 is de termijnoverschrijding terecht niet verschoonbaar bevonden.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor 2012 en 2013 en wijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling, bevestigt het oordeel voor 2014, en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank voor 2012 en 2013 wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling; de uitspraak voor 2014 wordt bevestigd.