ECLI:NL:RVS:2022:3713
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij hoger beroep tegen uitspraak verzet asielverblijfsvergunning
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft zich in eerste instantie onbevoegd verklaard om van dit beroep kennis te nemen. Hiertegen heeft de vreemdeling verzet gedaan, dat door de rechtbank is afgewezen. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat tegen een uitspraak op verzet (artikel 8:55, zevende lid, Awb) geen hoger beroep mogelijk is (artikel 8:104, tweede lid, Awb). De door de vreemdeling aangevoerde gronden bieden geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen, omdat er geen sprake is van een oneerlijk proces.
Daarom verklaart de Raad van State zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 14 december 2022.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen de uitspraak op verzet.