ECLI:NL:RVS:2022:3708
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- H.G. Sevenster
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende belangenafweging familieleven
Een Afghaanse vreemdeling, die in Griekenland internationale bescherming heeft gekregen, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland om familieleven voort te zetten met haar Nederlandse echtgenoot en kind. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf en stelde dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro juist was uitgevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders. Zij stelde vast dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met belangrijke stukken over de situatie van statushouders in Griekenland, waaronder een brief en een AIDA-rapport. Ook concludeerde de Afdeling dat de staatssecretaris onvoldoende heeft beoordeeld of het jonge Nederlandse kind een 'certain degree of hardship' zou ondervinden bij terugkeer naar Griekenland.
De Afdeling vernietigt daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen waarbij alle relevante feiten, waaronder de situatie in Griekenland en de belangen van het kind, zorgvuldig moeten worden meegewogen. Tevens moet de staatssecretaris de proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen met een zorgvuldige belangenafweging.