ECLI:NL:RVS:2022:3700
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verleende uiteindelijk op 18 juli 2022 de verblijfsvergunning, zonder een bestuurlijke dwangsom vast te stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 18 juli 2022 ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoord moeten worden. Het beroep is gebaseerd op reeds eerder beantwoorde rechtsvragen omtrent de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en beginselen als het gelijkwaardigheidsbeginsel en effectieve rechtsbescherming.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.