ECLI:NL:RVS:2022:3662
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verleende uiteindelijk op 18 maart 2022 de verblijfsvergunning, zonder een bestuurlijke dwangsom vast te stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het besluit zelf af. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Het betrof een rechtsvraag die reeds eerder was beantwoord in een recente uitspraak. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gewezen door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van C.J. Borman.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.