ECLI:NL:RVS:2022:3643
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en legde de staatssecretaris een dwangsom op voor elke dag dat het besluit werd vertraagd, met een maximum.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die een ander oordeel rechtvaardigden. De eerdere jurisprudentie over de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en het beginsel van effectieve rechtsbescherming werd bevestigd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, waarbij de zaak als licht werd aangemerkt vanwege de eenvoudige aard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.