ECLI:NL:RVS:2022:3622
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P. Vermeulen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over rechtmatigheid inhoudingen en openbaarmaking inspectiegegevens
Bij besluit van 7 november 2019 legde de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een boete op aan bedrijf A en besloot tot openbaarmaking van inspectiegegevens. Tevens werd bedrijf A gelast achterstallig loon aan vier Poolse werknemers te betalen wegens vermeende niet-toegestane inhoudingen, waaronder huisvestingskosten, zorgpremies, vervoerskosten en kosten voor een heftruckdiploma.
De rechtbank Gelderland verklaarde in maart 2021 de beroepen van bedrijf A gegrond, vernietigde de besluiten van de staatssecretaris en bepaalde dat de uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat bedrijf A aannemelijk heeft gemaakt dat schriftelijke huurovereenkomsten bestonden tijdens de onderzochte periode en dat deze deel uitmaakten van de administratie. De inhoudingen voldeden daarmee aan de wettelijke voorwaarden. Ook werd geoordeeld dat de openbaarmaking van inspectiegegevens onrechtmatig was, omdat geen overtreding was vastgesteld. Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.