ECLI:NL:RVS:2022:3619
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- A. ten Veen
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over dijkversterking Tiel-Waardenburg en bestemmingsplan
Het algemeen bestuur van Waterschap Rivierenland stelde het projectplan 'Dijkversterking Tiel-Waardenburg' vast en het college van gedeputeerde staten van Gelderland verleende daarop goedkeuring. De raad van de gemeente West Betuwe stelde het bestemmingsplan vast. Diverse appellanten, bewoners in de nabijheid van de dijk, stelden beroep in tegen deze besluiten.
De beroepen betroffen onder meer bezwaren tegen de nieuwbouwmogelijkheden, de effecten van de dijkversterking op veiligheid, bereikbaarheid, privacy, ecologie en waterhuishouding, alsmede de keuze voor binnenwaartse versterking en de afwijzing van het alternatieve ontwerp 'De Ideale Rivierdijk' (DIR). De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde de beroepsgronden, waaronder de motivering, belangenafweging, onderzoek naar alternatieven en de participatie.
De Afdeling concludeerde dat het projectplan en het bestemmingsplan voldoen aan de wettelijke eisen, dat de belangen van appellanten voldoende zijn meegewogen, dat het onderzoek naar alternatieven en effecten adequaat is uitgevoerd en dat het alternatieve ontwerp DIR geen realistische oplossing is. Daarnaast werden procedurele bezwaren over vertegenwoordiging deels gehonoreerd door niet-ontvankelijkverklaring van enkele beroepen. De overige beroepen werden ongegrond verklaard.
De Afdeling stelde dat de dijkversterking noodzakelijk is vanwege nieuwe waterveiligheidsnormen en dat het project zorgvuldig is voorbereid met inachtneming van milieu- en ruimtelijke aspecten. Er is voldoende ruimte voor beheer en onderhoud, en de openbare toegankelijkheid van beheerstroken is verantwoord. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het besluitvormingsproces en de gekozen technische oplossingen.
Uitkomst: De beroepen tegen het goedkeuringsbesluit en bestemmingsplan dijkversterking Tiel-Waardenburg zijn ongegrond verklaard, met uitzondering van enkele beroepen die niet-ontvankelijk zijn verklaard.