ECLI:NL:RVS:2022:3591
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake omgevingsvergunning horeca en filterinstallatie Breda
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende op 11 maart 2019 een omgevingsvergunning aan de rechtsvoorgangster van [bedrijf A] voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van een pand voor horeca 2, het gebruik van het binnenterrein als terras en het bouwen van een filterinstallatie die de maximale bouwhoogte overschrijdt.
Diverse omwonenden maakten bezwaar en stelden beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de besluiten en wees de aanvraag af, omdat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de afwijking van het bestemmingsplan en het horecabeleid in overeenstemming waren met een goede ruimtelijke ordening.
Het college en [bedrijf A] stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat het college wel bevoegd was om de vergunning te verlenen en dat het horecabeleid niet bindend is voor de toepassing van deze bevoegdheid. Ook concludeert de Afdeling dat het college voldoende onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen voor het woon- en leefklimaat, inclusief geluid en parkeren, en dat de vergunningvoorschriften handhaafbaar zijn.
De Afdeling verklaart het beroep van [partij 1] en [partij 2] niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en het beroep van [partij 3] en [partij 4] ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan [bedrijf A].
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van omwonenden wordt deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard.