ECLI:NL:RVS:2022:3580
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens vertraagde overlegprocedure en verblijf in Italië
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vaardigde op 15 april 2020 een besluit uit waarin een Albanese vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod van tien jaar werd opgelegd. De vreemdeling had geen verblijfsrecht in Nederland, maar wel een verblijfsrecht voor onbepaalde tijd in Italië. Hij was veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf voor bezit en handel in harddrugs.
De vreemdeling vertrok op 26 november 2020 naar Albanië nadat de staatssecretaris op 15 oktober 2020 een overlegprocedure met Italië was gestart. De Italiaanse autoriteiten reageerden niet op deze procedure en de vreemdeling verblijft inmiddels weer in Italië. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep tegen het inreisverbod ongegrond, maar de vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad van State oordeelt dat het inreisverbod ten onrechte in stand is gelaten omdat de overlegprocedure met Italië pas na een half jaar werd gestart en de vreemdeling inmiddels weer in Italië verblijft. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het inreisverbod betreft, het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd omdat de overlegprocedure met Italië te laat werd gestart en de vreemdeling inmiddels weer in Italië verblijft.