ECLI:NL:RVS:2022:3574
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 mei 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 november 2022 het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Dit houdt in dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 7 december 2022 door voorzieningenrechter C.M. Wissels, in aanwezigheid van griffier F.M.J. den Houdijker. Deze voorlopige voorziening beschermt de vreemdeling tegen uitzetting gedurende de duur van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling wordt beschermd tegen uitzetting totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.