ECLI:NL:RVS:2022:3572
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 31 mei 2021 werd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 9 november 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht zij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Dit houdt in dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van € 759,00, moet vergoeden. Dit bedrag betreft kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 7 december 2022 door voorzieningenrechter C.M. Wissels, in aanwezigheid van griffier F.M.J. den Houdijker. De voorlopige voorziening is gebaseerd op eerdere jurisprudentie van de Raad van State en beoogt de positie van de vreemdeling te beschermen gedurende de procedure van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.