ECLI:NL:RVS:2022:3567

Raad van State

Datum uitspraak
5 december 2022
Publicatiedatum
7 december 2022
Zaaknummer
202107453/2/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:67 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen staatsraad wegens vermeende vooringenomenheid

Op 4 december 2022 diende appellant een verzoek tot wraking in tegen staatsraad C.J. Borman, lid van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, wegens vermeende vooringenomenheid. De wraking werd behandeld tijdens een mondelinge zitting op 5 december 2022, waarbij appellant via videoverbinding aanwezig was. De staatsraad maakte geen gebruik van het recht om te worden gehoord.

Het wrakingsverzoek was gebaseerd op de stelling dat de staatsraad in het hogerberoepschrift geen aanleiding zag om getuigen op te roepen, wat volgens appellant de schijn van vooringenomenheid wekte. De Afdeling oordeelde dat de beslissing om getuigen al dan niet op te roepen een procesbeslissing betreft die niet ter beoordeling staat in een wrakingsprocedure, tenzij deze beslissing een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid oplevert.

De Afdeling vond geen grond om aan te nemen dat de staatsraad vooringenomen had gehandeld. Het enkele feit dat de staatsraad zich nog niet had uitgelaten over het oproepen van getuigen bood geen reden voor wraking. Het verzoek werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen staatsraad C.J. Borman is afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.

Uitspraak

202107453/2/A3.
Datum beslissing: 5 december 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van:
[appellant], wonend te Utrecht,
verzoeker,
om toepassing van artikel 8:15 van Pro de Awb.
Procesverloop
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 december 2022 heeft [appellant] verzocht om wraking van staatsraad mr. C.J. Borman (hierna: de staatsraad) als lid van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 202107453/1/A3.
De staatsraad heeft niet in de wraking berust.
De Afdeling heeft het wrakingsverzoek ter zitting behandeld op 5 december 2022. [appellant] heeft via een videoverbinding aan de zitting deelgenomen.
De staatsraad heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.
Beslissing
Bij mondelinge beslissing van 5 december 2022 heeft de Afdeling het verzoek om wraking afgewezen.
Overwegingen
Daartoe heeft de Afdeling het volgende overwogen.
1.       Artikel 8:15 van Pro de Awb luidt: "Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden."
2.       [appellant] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de schijn van vooringenomenheid is gewekt omdat de staatsraad in het hogerberoepschrift geen aanleiding heeft gevonden om getuigen op te roepen.
3.       De beslissing om getuigen op te roepen is een procesbeslissing. De vraag of een procesbeslissing al dan niet juist is, staat niet ter beoordeling in de wrakingsprocedure, omdat het instrument van wraking niet is bedoeld om aan te wenden als rechtsmiddel tegen de inhoud van procesbeslissingen. Zulke procesbeslissingen kunnen slechts leiden tot inwilliging van een wrakingsverzoek, als deze op zich, dan wel in onderlinge samenhang bezien, dan wel bezien in samenhang met het verdere optreden van de staatsraad, een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat daaruit blijkt van partijdigheid van de staatsraad die de betrokken beslissing of beslissingen heeft genomen.
In wat [appellant] heeft aangevoerd heeft de Afdeling geen grond gevonden voor het oordeel dat een dergelijke situatie zich in dit geval voordoet. De enkele omstandigheid dat de staatsraad zich nog niet heeft uitgelaten over het al dan niet oproepen van de door [appellant] bedoelde getuigen, biedt geen grond voor het oordeel dat de staatsraad vooringenomen heeft gehandeld.
Aldus uitgesproken door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. C.H. Bangma, leden, in tegenwoordigheid van mr. G.J. Deen, griffier.
w.g. Drop
voorzitter
w.g. Deen
griffier
604