ECLI:NL:RVS:2022:3550
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 september 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan intact.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank leidt, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Afdeling nam de motivering van de rechtbank over, waarin werd vastgesteld dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er in Congo geen bloed- of aanverwanten zijn die voor hem kunnen zorgen.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde zij de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 5 december 2022 in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.