ECLI:NL:RVS:2022:3500
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor fietsbruggen in piekwaterberging De Nieuwe Driemanspolder
Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg verleende op 31 oktober 2018 een omgevingsvergunning aan Dijkencombi B.V. voor het realiseren van twaalf fiets- en voetgangersbruggen in het kader van de aanleg van de piekwaterberging 'De Nieuwe Driemanspolder'. De erven van appellant maakten bezwaar tegen de vergunning voor fietsbruggen 3 en 4 vanwege zorgen over geluidsoverlast en privacy.
De rechtbank verklaarde het beroep van de erven ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Raad van State oordeelde dat het college terecht een omgevingsvergunning had verleend en dat de rechtbank correct had geoordeeld dat voor de bruggen 3 en 4 sprake was van een gebonden beschikking, waardoor geen belangenafweging hoefde plaats te vinden.
Verder werd geoordeeld dat de afwijking van de beheersverordening alleen betrekking had op fietsbrug 5, waarvoor een aparte toetsing had plaatsgevonden. Ook werd het betoog afgewezen dat een vergunning op grond van de Keur Rijnland vereist was, omdat dit niet relevant was voor de omgevingsvergunningprocedure.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor fietsbruggen 3 en 4 wordt bevestigd.