ECLI:NL:RVS:2022:3478
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De vreemdeling heeft bij besluit van 29 maart 2019 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Tegen dit besluit heeft de vreemdeling bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 15 september 2020 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die op 22 september 2021 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Afdeling heeft daarom de motivering van de rechtbank overgenomen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bevestigd en de staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het vonnis vastgesteld in een enkelvoudige kamer, waarbij mr. M. Soffers als lid en mr. P.A.M.J. Graat als griffier aanwezig waren.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.