ECLI:NL:RVS:2022:346
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico's terugkeer Iran
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 april 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De grieven richten zich op het onderzoek en de beoordeling van de staatssecretaris met betrekking tot de risico's die afvalligen en atheïsten lopen bij terugkeer naar Iran. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2022:93) waarin is vastgesteld dat de staatssecretaris beter moet onderzoeken of een vreemdeling die afvalligheid of atheïsme geloofwaardig heeft gemaakt, een risico loopt op vervolging of onmenselijke behandeling.
De Afdeling oordeelt dat dit onderzoek in deze zaak onvoldoende is verricht, verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 22 april 2021. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.277,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar risico's bij terugkeer naar Iran.