ECLI:NL:RVS:2022:3453
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verleende de vergunning uiteindelijk bij besluit van 18 mei 2022, zonder een bestuurlijke dwangsom vast te stellen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit zelf ongegrond.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Daarnaast wees de Afdeling erop dat de rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in een eerdere uitspraak van dezelfde Afdeling, met betrekking tot de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en het Unierechtelijk gelijkwaardigheidsbeginsel. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.