ECLI:NL:RVS:2022:3274
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake omgevingsvergunning voor uitbreiding puinbreekinstallatie
BDRP heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning om de doorzet van puin op haar locatie in Papendrecht te verhogen van 100.000 naar 300.000 ton per jaar. Het college van burgemeester en wethouders stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat BDRP geen milieueffectrapportage (mer) had overlegd, wat volgens het Besluit mer verplicht is bij deze schaalvergroting.
BDRP stelde dat de vergunning van rechtswege was verleend omdat het college niet tijdig had beslist, maar het college en de rechtbank oordeelden dat de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure van toepassing is, waardoor de vergunning niet van rechtswege verleend kon worden. De rechtbank verklaarde het beroep van BDRP ongegrond.
BDRP verzocht vervolgens de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij mocht handelen alsof de vergunning was verleend. De voorzieningenrechter oordeelde dat het gebruik van het perceel niet binnen het bestemmingsplan valt en dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld vanwege het ontbreken van een mer-beoordelingsbesluit.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af, omdat het college niet aan een inhoudelijke beoordeling toe was gekomen en de bedrijfseconomische belangen van BDRP geen grond vormen om de aanvraag toch toe te staan. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarmee afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld wegens ontbrekende milieueffectrapportage.