ECLI:NL:RVS:2022:3273
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- Rechtspraak.nl
Prejudicieel verzoek over rijgeschiktheid bij beperkt horizontaal gezichtsveld en evenredigheidsbeginsel
De zaak betreft een beroepschauffeur met homonieme hemianopsie die ondanks een beperkt horizontaal gezichtsveld van minder dan 160 graden door meerdere artsen als rijgeschikt is beoordeeld. Het CBR weigerde echter de Verklaring van geschiktheid vanwege het niet voldoen aan de minimumnorm uit de Rijbewijsrichtlijn en de Regeling eisen geschiktheid 2000.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onderzoekt of de minimumnorm strikt moet worden toegepast of dat, gelet op het evenredigheidsbeginsel en medische compensatie van het gezichtsveldverlies, uitzonderingen mogelijk zijn. De Afdeling verwijst naar wetenschappelijk rapporten en eerdere jurisprudentie, en benadrukt dat de verkeersveiligheid niet in gevaar is gesteld door de aanvrager.
Omdat de norm in punt 6.4 van bijlage III bij de Rijbewijsrichtlijn geen expliciete uitzonderingen kent, stelt de Afdeling prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van deze norm en de mogelijkheid tot een individuele evenredigheidsafweging. De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst tot het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep is geschorst en prejudiciële vragen zijn gesteld aan het Hof van Justitie over de uitleg van de minimumnorm voor het horizontale gezichtsveld en de toepassing van het evenredigheidsbeginsel.