ECLI:NL:RVS:2022:327
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning dakopbouw wegens strijd met goede ruimtelijke ordening
Op 21 juni 2019 verleende het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen een omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakopbouw op de eerste verdieping aan de achterzijde van een woning, ondanks dat dit in strijd was met het bestemmingsplan. Na bezwaren van omwonenden herzag het college het besluit en weigerde de vergunning op 3 januari 2020, met als reden dat het bouwplan afbreuk deed aan het open en luchtige karakter van het binnentuingebied.
De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit echter en stelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het belang van omwonenden zwaarder woog dan dat van de appellant. De rechtbank liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. De appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het bouwwerk een dakopbouw betreft zoals bedoeld in het bestemmingsplan en dat het college beleidsruimte heeft om de vergunning te weigeren. De Afdeling stelde vast dat het college terecht meer gewicht heeft toegekend aan het behoud van het open karakter van het binnentuingebied dan aan het belang van de appellant. Ook achtte de Raad het niet nodig dat het college een bezonningsstudie had laten uitvoeren of dat de appellant een nadere ruimtelijke onderbouwing had moeten aanleveren.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde daarmee de weigering van de omgevingsvergunning. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor de dakopbouw wegens strijd met het open en luchtige karakter van het binnentuingebied.