ECLI:NL:RVS:2022:3209
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring woningzoekende wegens ontbreken gewijzigde omstandigheden
Appellant heeft op 29 oktober 2019 een urgentieverklaring aangevraagd wegens medische gronden, waaronder depressie en een spierziekte, en de wens te verhuizen naar een beter passende woning. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees de aanvraag af omdat eerder al urgentie was verleend en er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een nieuwe toekenning rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de psychische klachten al bij eerdere aanvragen waren betrokken en appellant onvoldoende had onderbouwd dat zijn situatie was gewijzigd. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn psychische situatie niet was meegewogen en dat hij voldoende medische onderbouwing had geleverd. Tevens betwistte hij het niet toepassen van de hardheidsclausule.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden zoals vereist in de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019. Ook was het college terecht terughoudend met toepassing van de hardheidsclausule, die alleen geldt in zeer uitzonderlijke, levensbedreigende situaties. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.