ECLI:NL:RVS:2022:3158
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen last onder dwangsom voor opslag vaste mest in strijd met milieuwetgeving
Het college van burgemeester en wethouders van Eersel legde appellanten een last onder dwangsom op om meer dan 1500 m³ vaste mest op een perceel af te voeren naar een erkend verwerker, omdat de opslag in strijd zou zijn met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Wet milieubeheer. Appellanten voerden onder meer aan dat de last onterecht was opgelegd, dat de mest geen afvalstof was, en dat zij niet als overtreder konden worden aangemerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de last aan de juiste personen was gericht, dat het college terecht meerdere wettelijke voorschriften aan de last ten grondslag legde, en dat de mest als afvalstof moest worden aangemerkt omdat de houders zich ervan wilden ontdoen. De stelling dat de mest geen afvalstof was, faalde omdat het gebruik niet zeker was en de opslag al geruime tijd plaatsvond.
Verder was het college bevoegd het besluit te nemen en was de dwangsom proportioneel, gelet op de hoge kosten van het afvoeren van de mest. De begunstigingstermijn was passend gemotiveerd en niet onredelijk kort. Het beroep tegen het invorderingsbesluit van de dwangsom werd eveneens ongegrond verklaard. De Afdeling oordeelde dat het beroep ongegrond is en dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom en het invorderingsbesluit is ongegrond verklaard.