ECLI:NL:RVS:2022:3115

Raad van State

Datum uitspraak
1 november 2022
Publicatiedatum
31 oktober 2022
Zaaknummer
202204867/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bewaring vreemdeling door staatssecretaris na beroep rechtbank

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 27 juli 2022 in bewaring. De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar bij de rechtbank Den Haag, die op 10 augustus 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.

De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Na bestudering van het dossier en beantwoording van schriftelijke vragen door de staatssecretaris, oordeelde de Afdeling dat het hoger beroep geen aanleiding gaf om het vonnis van de rechtbank te vernietigen.

De Afdeling vond de motivering van de rechtbank juist en volledig en bevestigde de uitspraak. De staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 1 november 2022 in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202204867/1/V3.
Datum uitspraak: 1 november 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 10 augustus 2022 in zaak nr. NL22.14596 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 27 juli 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 10 augustus 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. G.A. Dorsman, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft schriftelijke vragen beantwoord.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De vreemdeling heeft in hoger beroep geen redenen aangevoerd die aanleiding geven voor het oordeel dat de gemotiveerde beoordeling van de beroepsgronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn.
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.
w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Dallinga
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 1 november 2022
18-959