ECLI:NL:RVS:2022:3067
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De staatssecretaris heeft op 16 april 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle. Op 7 april 2022 heeft de rechtbank dit beroep ongegrond verklaard, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De vreemdeling heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Soedan persoonlijk gevaar loopt voor zijn familie of door de autoriteiten.
Daarom heeft de Raad van State het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.