ECLI:NL:RVS:2022:3064

Raad van State

Datum uitspraak
25 oktober 2022
Publicatiedatum
25 oktober 2022
Zaaknummer
202106685/1/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 17 september 2021 de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Raad van State oordeelde dat de wijze waarop de staatssecretaris opvolgende asielaanvragen beoordeelt, waarbij voortzetting van een eerder ongeloofwaardig geachte bekering ten grondslag ligt, niet correct was toegepast. Dit volgt uit een eerdere uitspraak van 28 september 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2713). Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.

De Raad van State vernietigde tevens het besluit van 17 september 2021 en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen, rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Verder werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €2.277,00 die door de vreemdeling zijn gemaakt voor rechtsbijstand.

Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.

Uitspraak

202106685/1/V2.
Datum uitspraak: 25 oktober 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 oktober 2021 in zaak nr. NL21.15088 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 17 september 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 18 oktober 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Taheri, advocaat te Capelle aan den IJssel, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.       De in de eerste tot en met derde grief aan de orde gestelde rechtsvraag over de wijze waarop de staatssecretaris opvolgende asielaanvragen waaraan voortzetting van een eerder ongeloofwaardig geachte bekering ten grondslag is gelegd, onderzoekt en beoordeelt, is beantwoord in de uitspraak van de Afdeling van 28 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2713. Uit deze uitspraak volgt dat de grieven slagen.
2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het beroep is gegrond en het besluit van 17 september 2021 wordt vernietigd. Omdat de staatssecretaris opnieuw een besluit op de aanvraag moet nemen en daarbij rekening moet houden met feiten en omstandigheden zoals die op dat moment zijn, is het niet nodig wat de vreemdeling verder in beroep en hoger beroep heeft aangevoerd te bespreken. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 oktober 2021 in zaak nr. NL21.15088;
III.      verklaart het beroep gegrond;
IV.     vernietigt het besluit van 17 september 2021, V-[…];
V.      veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.277,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Renting, griffier.
w.g. Borman
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Renting
griffier
894