ECLI:NL:RVS:2022:3000
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitschrijving uit basisregistratie Personen wegens vertrek uit Nederland
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg heeft op 14 juli 2020 ambtshalve het vertrek van appellant uit Nederland opgenomen in de basisregistratie Personen (brp), nadat onderzoek uitwees dat appellant niet op het ingeschreven adres woonde. Dit onderzoek bestond uit een huisbezoek waarbij toezichthouders constateerden dat er geen plek was voor appellant in de woning en verklaringen van de huurster en haar man, die tegenstrijdig waren.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat het onderzoek onvoldoende was en dat niet aan de voorwaarden van artikel 2.22 Wet brp was voldaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht had geconcludeerd dat appellant niet woonde op het adres en dat hij niet bereikbaar was, en dat het onderzoek voldoende was. Appellant had geen bewijs overgelegd dat hij wel op het adres woonde. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitschrijving van appellant uit de basisregistratie Personen wegens vertrek uit Nederland.