AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing voorlopige voorziening tegen handhaving omgevingsvergunning voor kappen essenbomen
De zaak betreft een hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg die het beroep van verzoeker tegen het besluit van 22 februari 2021 ongegrond verklaarde. Dit besluit handhaafde de omgevingsvergunning van 8 september 2020, verleend aan de VVE voor het kappen van 16 essenbomen op een perceel te Sittard.
Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de schorsing van het besluit van 8 september 2020 en het handhavingsbesluit van 22 februari 2021 zou bewerkstelligen gedurende het hoger beroep. De voorzieningenrechter overwoog dat de vergunning voor de activiteit kappen slechts voor één jaar geldig was en niet was verlengd, waardoor deze op 8 september 2021 was geëxpireerd.
Omdat de vergunning sindsdien geen gelding meer heeft en niet meer door de VVE kan worden gebruikt, concludeerde de voorzieningenrechter dat er geen spoedeisend belang meer bestaat bij het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de omgevingsvergunning is verlopen en geen spoedeisend belang bestaat.
Uitspraak
202203250/2/R2.
Datum uitspraak: 19 oktober 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,
tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 10 mei 2022 in zaak nr. 21/726 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen.
Openbare zitting gehouden op 11 oktober 2022 om 12:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. J. Hoekstra, voorzieningenrechter
griffier: mr. D.L. Bolleboom
Verschenen per videoverbinding:
[verzoeker], vertegenwoordigd door mr. S.J.H.G.M. Schils, advocaat te Urmond;
Het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen, vertegenwoordigd door mr. P.H.C. van Meerten, gevestigd te Sittard-Geleen;
De Vereniging van eigenaars [locatie] (hierna: de VVE), vertegenwoordigd door [secretaris], gevestigd te Sittard-Geleen.
Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 10 mei 2022 van de rechtbank Limburg in zaak nummer 21/726. Bij deze uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van 22 februari 2021, waarbij een bij besluit van 8 september 2020 aan de VVE verleende omgevingsvergunning voor de activiteit kappen is gehandhaafd, ongegrond verklaard.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat het besluit van 8 september 2020 en het besluit van 22 februari 2021 worden geschorst voor de duur van het aanhangig zijn van het hoger beroep tegen voornoemde uitspraak van de rechtbank.
De voorzieningenrechter
wijst het verzoek af.
Daartoe overweegt hij het volgende.
De omgevingsvergunning is blijkens het besluit van 8 september 2020 verleend voor de activiteit ‘het (doen) vellen van een houtopstand’ en heeft betrekking op 16 essenbomen op het perceel [locatie] te Sittard.
Onder het kopje "Geldigheidsduur" op bladzijde 1 van dit besluit is het volgende opgenomen: "Voor de activiteit ‘het (doen) vellen van een houtopstand’ wordt de vergunning verleend voor de periode van één jaar."
Omdat het de voorzieningenrechter niet is gebleken dat deze termijn van één jaar is verlengd, is de betreffende omgevingsvergunning op 8 september 2021 geëxpireerd. Dat betekent dat deze vanaf die datum geen gelding meer heeft en dus niet meer door de VVE kan worden gebruikt.
Dat leidt tot de conclusie dat geen spoedeisend belang bestaat bij het treffen van de gevraagde voorziening.