ECLI:NL:RVS:2022:2989
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen handhaving omgevingsvergunning voor kappen essenbomen
De zaak betreft een hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg die het beroep van verzoeker tegen het besluit van 22 februari 2021 ongegrond verklaarde. Dit besluit handhaafde de omgevingsvergunning van 8 september 2020, verleend aan de VVE voor het kappen van 16 essenbomen op een perceel te Sittard.
Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de schorsing van het besluit van 8 september 2020 en het handhavingsbesluit van 22 februari 2021 zou bewerkstelligen gedurende het hoger beroep. De voorzieningenrechter overwoog dat de vergunning voor de activiteit kappen slechts voor één jaar geldig was en niet was verlengd, waardoor deze op 8 september 2021 was geëxpireerd.
Omdat de vergunning sindsdien geen gelding meer heeft en niet meer door de VVE kan worden gebruikt, concludeerde de voorzieningenrechter dat er geen spoedeisend belang meer bestaat bij het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de omgevingsvergunning is verlopen en geen spoedeisend belang bestaat.