ECLI:NL:RVS:2022:2938
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking last onder dwangsom vanwege gewijzigde parkeerbestemming ijsbaan Lochem
Het college van burgemeester en wethouders van Lochem legde op 18 december 2018 een last onder dwangsom op aan de vereniging Lochemse IJsclub vanwege parkeren in strijd met het bestemmingsplan op het terrein aan De Elzelaan 2. Appellanten, wonend nabij de ijsbaan, ervoeren overlast van fout geparkeerde auto's en stelden beroep in tegen dit besluit.
In 2020 stelde de gemeenteraad een nieuw bestemmingsplan vast, waarin het parkeren van maximaal 20 auto's op het terrein werd toegestaan. Dit bestemmingsplan werd onherroepelijk verklaard door de Afdeling bestuursrechtspraak. Vervolgens trok het college op 16 maart 2021 de last onder dwangsom in, omdat het parkeren niet langer strijdig was met het bestemmingsplan.
Appellanten betwistten deze intrekking en stelden hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank die hun beroep ongegrond verklaarde. Zij voerden onder meer aan dat de overtreding niet incidenteel was en dat er meer parkeerplaatsen nodig waren dan toegestaan. De Afdeling oordeelde dat appellanten belanghebbenden zijn, dat het college terecht de last introk omdat geen overtreding van het nieuwe bestemmingsplan was vastgesteld, en dat het hoger beroep ongegrond is. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vereniging verviel daardoor.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees de overige betogen van appellanten af, waaronder hun verwijzing naar het RVV 1990, omdat deze niet binnen de procedure aan de orde konden komen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de last onder dwangsom bevestigd.