ECLI:NL:RVS:2022:2934
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning wegens strijd met afstandseis en motiveringsbeginsel
Het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo verleende op 2 oktober 2019 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een opbouw op een bestaande aanbouw op een perceel te Zuidlaren. Appellante, wonend op het naastgelegen perceel, maakte bezwaar vanwege schaduwwerking en financiële schade door verminderde opbrengst van zonnepanelen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de opbouw als aan- of uitbouw moest worden getoetst aan de beheersverordening en dat het bouwplan daaraan voldeed.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat de bestaande garage niet als onderdeel van het hoofdgebouw kan worden aangemerkt. De opbouw met woonfuncties maakt wel deel uit van het hoofdgebouw, waardoor de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens moet voldoen aan de eis van minimaal 3 meter. Deze eis wordt niet gehaald, waardoor de vergunning in strijd is met artikel 14.2.2, onder d, van de beheersverordening.
Verder is de vergunning verleend in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel omdat deze strijdigheid niet is betrokken bij de besluitvorming. De Afdeling vernietigt daarom het besluit op bezwaar en de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep gegrond. Het college moet een nieuw besluit nemen, waarbij ook de belangenafweging over de aantasting van het woon- en leefklimaat moet worden betrokken.
Tenslotte wordt het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De omgevingsvergunning wordt vernietigd wegens strijd met de afstandseis en het motiveringsbeginsel; het college moet een nieuw besluit nemen.