ECLI:NL:RVS:2022:2931
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verklaring van rijgeschiktheid wegens ontbreken aanvullend oogartsonderzoek
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) wees de aanvraag van appellant tot het verkrijgen van een verklaring van rijgeschiktheid af omdat appellant niet voldeed aan de eis om aanvullend onderzoek door een oogarts te ondergaan. Uit het rapport van de keuringsarts bleek dat de visus van beide ogen van appellant 0,5 bedroeg, wat volgens het CBR een belangrijke afwijking is die nader onderzoek vereist.
Appellant gaf geen gehoor aan de verwijzing naar een oogarts, waarna het CBR de aanvraag afwees wegens gebrek aan benodigde gegevens. De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht verwees naar een oogarts en dat appellant had moeten meewerken aan nader onderzoek. Wel oordeelde de rechtbank dat het griffierecht aan appellant moest worden vergoed omdat het CBR te laat had toegelicht op basis van welke interne regel de verwijzing plaatsvond.
In hoger beroep stelde appellant dat de verwijzing in strijd was met Europese regelgeving en dat de procedure bij de rechtbank niet correct was verlopen. De Raad van State verwierp deze bezwaren en bevestigde dat het CBR de interne regel mag hanteren en voldoende had gemotiveerd waarom aanvullend onderzoek noodzakelijk was. Wel vernietigde de Raad van State het oordeel van de rechtbank over de griffierechtvergoeding, omdat het CBR de interne regel al in het verweerschrift had toegelicht.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van appellant ongegrond, het incidenteel hoger beroep van het CBR gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak waarin het griffierecht werd vergoed en bevestigde de rest van de uitspraak. Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De aanvraag voor een verklaring van rijgeschiktheid is terecht afgewezen wegens het ontbreken van aanvullend oogartsonderzoek.