ECLI:NL:RVS:2022:2914
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugvordering advocaatkosten door Raad voor Rechtsbijstand
Verzoeker heeft bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit van het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand tot terugvordering van € 849,22 aan tegemoetkoming in advocaatkosten te schorsen. Dit verzoek was gericht op het behoud van de status quo totdat de Afdeling op het hoger beroep zou hebben beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen omdat op de dag van de mondelinge uitspraak het hoger beroep reeds was beslist. Hierdoor was er geen lopend geding meer waarin een voorlopige voorziening kon worden getroffen. De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek derhalve ongegrond is en dat er geen reden is om proceskosten toe te wijzen.
De uitspraak werd gedaan in een openbare zitting op 7 oktober 2022 door staatsraad Daalder, waarbij het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand werd vertegenwoordigd door mr. C.W. Wijnstra. De afwijzing van het verzoek betekent dat de terugvordering van de advocaatkosten onverminderd blijft gelden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de terugvordering van advocaatkosten is afgewezen omdat het hoger beroep reeds is beslist.