ECLI:NL:RVS:2022:289
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico's terugkeer Iran
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 augustus 2021 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling, mede namens haar minderjarige kind, stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 september 2021 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het geschil betrof de beoordeling door de staatssecretaris van de risico's die afvalligen en atheïsten lopen bij terugkeer naar Iran. De Raad van State verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2022:93) waarin is vastgesteld dat de staatssecretaris beter moet onderzoeken of een vreemdeling die afvalligheid of atheïsme aannemelijk maakt, risico loopt op vervolging of onmenselijke behandeling.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris in deze zaak onvoldoende onderzoek heeft verricht en vernietigt zowel het besluit van 13 augustus 2021 als de uitspraak van de rechtbank. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing waarbij de actuele feiten en omstandigheden in acht worden genomen. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling.