ECLI:NL:RVS:2022:2849
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen het storten van mogelijk verontreinigde grond in Westelijke Perkpolder
De Stichting Schone Polder verzocht het college van burgemeester en wethouders van Hulst om handhavend op te treden tegen het transporteren en storten van mogelijk verontreinigde grond in de Westelijke Perkpolder. Het college wees dit verzoek op 29 april 2022 af, waarna de Stichting bezwaar maakte en een voorlopige voorziening vroeg. De voorzieningenrechter stelde bij eerdere uitspraken voorwaarden aan het storten van grond, waaronder monitoring en traceerbaarheid.
De Stichting betoogde dat de monitoring onvoldoende was en dat het storten in strijd was met het Besluit bodemkwaliteit, onder meer omdat de grond wordt gebruikt voor woningbouw in strijd met het bestemmingsplan. De voorzieningenrechter oordeelde dat de situatie complex is en dat de bodemprocedure meer geschikt is voor een definitief oordeel. Wel werd vastgesteld dat de monitoring conform de geldende regels plaatsvindt en dat de ophoging niet strijdig is met het Besluit bodemkwaliteit.
De voorzieningenrechter besloot dat het storten van grond onmiddellijk moet worden gestaakt totdat het beroep is behandeld, tenzij aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Het verzoek om aanscherping van de voorwaarden werd afgewezen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de Stichting.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Hulst moet het storten van grond staken totdat het beroep is behandeld, tenzij aan strikte monitoring- en traceerbaarheidsvoorwaarden wordt voldaan.