ECLI:NL:RVS:2022:2832
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde op 29 december 2021 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep op 2 mei 2022 niet-ontvankelijk. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen gronden bevatte die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, en bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank zonder nadere motivering. De rechtbank had ook terecht geoordeeld dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagde.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Hiermee blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het oorspronkelijke beroep in stand.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.