ECLI:NL:RVS:2022:2824
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving ammoniakemissie varkenshouderij wegens onduidelijke last
Het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe legde op 26 november 2021 een last onder dwangsom op aan een varkenshouder wegens overschrijding van de maximale ammoniakemissie volgens artikel 5 van Pro het Besluit emissiearme huisvesting (Beh). Na bezwaar stelde het college de dwangsom en begunstigingstermijn bij besluit van 23 mei 2022 bij. De rechtbank Gelderland vernietigde dit besluit deels en stelde een langere begunstigingstermijn vast.
De varkenshouder ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter stelde vast dat de last onduidelijk is, omdat niet duidelijk is of de varkenshouder moet voldoen aan het eerste lid van artikel 5 van Pro het Beh per afzonderlijk huisvestingssysteem, of aan het tweede lid waarbij de totale ammoniakemissie wordt beoordeeld.
De onduidelijkheid leidt tot rechtsonzekerheid en maakt het voor de varkenshouder onduidelijk hoe aan de last kan worden voldaan zonder dwangsommen te riskeren. Daarom vernietigde de voorzieningenrechter het besluit van 23 mei 2022 volledig en schorst het handhavingsbesluit van 26 november 2021 totdat een nieuw besluit op bezwaar is genomen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 23 mei 2022 wordt vernietigd en het handhavingsbesluit van 26 november 2021 geschorst.