ECLI:NL:RVS:2022:2819
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing woning als gemeentelijk monument ondanks bezwaar eigenaar
Het college van burgemeester en wethouders van Hoorn heeft bij besluit van 7 mei 2019 de woning van appellante aangewezen als gemeentelijk monument. Appellante maakte bezwaar tegen deze aanwijzing en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de voorbescherming ook op het interieur van het pand was vervallen na inschrijving in het gemeentelijk erfgoedregister. De rechtbank oordeelde dat het interieur nog onder de voorbescherming viel omdat het onderzoek naar het interieur nog niet was afgerond. De Raad van State stelt echter dat exterieur en interieur onlosmakelijk zijn en dat de voorbescherming vervalt voor het gehele pand na inschrijving, waardoor de rechtbank hierin onjuist was.
Desondanks bevestigt de Raad van State het oordeel van de rechtbank dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het pand voldoende monumentale waarde heeft. De Raad wijst het beroep van appellante af, onder meer omdat de rechtbank voldoende gemotiveerd heeft waarom de door appellante aangevoerde bezwaren falen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
De Raad van State veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten van appellante en gelast terugbetaling van het griffierecht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, waarmee het gemeentelijk monumentenbesluit in stand blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanwijzing van de woning als gemeentelijk monument wordt bevestigd.