ECLI:NL:RVS:2022:2802
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Bij besluiten van 24 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van vijf vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die deze beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens stelden de vreemdelingen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft overwogen dat de rechtsvraag over het indirecte reële risico op schending van artikel 3 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 4 van Pro het EU-Handvest bij overdracht aan Denemarken, gelet op het beschermingsbeleid voor Syrische vreemdelingen aldaar, reeds is beantwoord in een eerdere uitspraak. Op grond daarvan oordeelt de Afdeling dat het hoger beroep gegrond is.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, de beroepen van de vreemdelingen worden gegrond verklaard en de besluiten van 24 juni 2021 worden vernietigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 3.415,50 die door de vreemdelingen zijn gemaakt voor de beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: De besluiten van 24 juni 2021 worden vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.