ECLI:NL:RVS:2022:2801

Raad van State

Datum uitspraak
27 september 2022
Publicatiedatum
27 september 2022
Zaaknummer
202200805/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 4 EU HandvestArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel

Bij besluit van 22 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 28 januari 2022 ongegrond verklaarde.

De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak beantwoordde de rechtsvragen over het indirecte reële risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro Handvest bij overdracht aan Denemarken, waarbij het beschermingsbeleid voor Syrische vreemdelingen centraal stond. De Afdeling oordeelde dat de grieven gegrond zijn.

Daarom vernietigde de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 22 december 2021. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.277,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd.

Uitkomst: Het besluit van 22 december 2021 om de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen is vernietigd en het hoger beroep van de vreemdeling is gegrond verklaard.

Uitspraak

202200805/1/V3.
Datum uitspraak: 27 september 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 28 januari 2022 in zaak nr. NL21.20027 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 22 december 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 28 januari 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.I.T. Sopacua, advocaat te Heerlen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       De in grieven 1, 3 en 4 opgeworpen rechtsvraag over de beoordeling van het indirecte reële risico op schending van artikel 3 van Pro het EVRM en artikel 4 van Pro het EU Handvest bij overdracht aan Denemarken wegens het daar geldende beschermingsbeleid voor Syrische vreemdelingen heeft de Afdeling bij uitspraak van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1864, onder 8 - 9.3, beantwoord. Daaruit vloeit voort dat die grieven slagen.
2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het is niet nodig wat de vreemdeling verder heeft aangevoerd te bespreken. Het beroep is gegrond en het besluit van 22 december 2021 wordt vernietigd. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 28 januari 2022 in zaak nr. NL21.20027;
III.      verklaart het beroep gegrond;
IV.      vernietigt het besluit van 22 december 2021, V-[…];
V.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.277,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Klinkhamer, griffier.
w.g. Meijer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Klinkhamer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 september 2022
906