ECLI:NL:RVS:2022:2795
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep tegen asielverblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verleende op 31 januari 2022 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling. De vreemdeling stelde vervolgens beroep in tegen deze beslissing, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk op 21 juli 2022. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de termijn voor het instellen van hoger beroep in deze zaak vier weken bedroeg, omdat de aanvraag was ingewilligd en niet afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard, zoals bepaald in artikel 69 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het hoger beroep was derhalve tijdig ingesteld op 17 augustus 2022.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die beantwoord moesten worden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De relevante rechtsvraag was reeds eerder door de Afdeling beantwoord. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.