ECLI:NL:RVS:2022:2691
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen brief college inzake bestemmingsplan uitbreiding recreatieterrein
Het Jachthuis exploiteert een recreatieterrein in Soesterberg en wilde het aantal recreatiewoningen uitbreiden en short stay mogelijk maken. Het college van burgemeester en wethouders van Soest gaf bij brief van 16 april 2019 aan niet te kunnen instemmen met het concept-ontwerpbestemmingsplan voor deze uitbreiding en short stay.
Het Jachthuis maakte bezwaar tegen deze brief, maar het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Awb zou zijn. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond. Het Jachthuis stelde dat het doen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning of bestemmingsplanwijziging onevenredig bezwarend zou zijn en dat de brief daarom als besluit moest worden aangemerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de brief een bestuurlijk rechtsoordeel betreft en geen besluit, omdat het niet onevenredig bezwarend is om het geschil via een beroepsprocedure over een daadwerkelijk besluit aan te vechten. De rechtbank heeft dit terecht geoordeeld en het hoger beroep van het Jachthuis is ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de brief van het college geen besluit is en verklaart het bezwaar en beroep van het Jachthuis ongegrond.