ECLI:NL:RVS:2022:2653
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor bouw stal en bedrijfswoning in Oudemirdum
Het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren verleende op 20 augustus 2021 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor de bouw van een nieuwe stal en bedrijfswoning op een perceel in Oudemirdum. De Stichting Gaasterlân Natuerlân en anderen maakten bezwaar tegen deze vergunning en voerden onder meer aan dat het bouwplan strijdig zou zijn met de planregels, dat de landschappelijke waarden onvoldoende waren beoordeeld, en dat een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) vereist zou zijn.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van de Stichting gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college een nieuw besluit nam waarin de bezwaren opnieuw ongegrond werden verklaard. De Stichting en anderen gingen in hoger beroep en verzochten de voorzieningenrechter om schorsing van de vergunning totdat in de bodemprocedure uitspraak wordt gedaan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bouwplan in overeenstemming is met de planregels, met uitzondering van een afwijking in de goothoogte van de bedrijfswoning die binnen de afwijkingsbevoegdheid valt. De Stichting had onvoldoende onderbouwd waarom de landschappelijke beoordeling onjuist zou zijn. Ook werd geoordeeld dat het gebruik van de stal als grondgebonden agrarisch bedrijf aannemelijk is. Ten aanzien van de Wnb werd overwogen dat de vraag of een vergunningplicht bestaat niet in de voorlopige voorziening kan worden beantwoord en dat het college en gedeputeerde staten het standpunt van interne saldering juist toepasten. Gelet op het voorlopige karakter en het risico van uitvoering op eigen risico werd het verzoek om schorsing afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van stal en bedrijfswoning wordt afgewezen.