ECLI:NL:RVS:2022:2631
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning voor aanbouw wegens privaatrechtelijke belemmering en bouwtekeningwijziging
Het college van burgemeester en wethouders van Soest verleende op 15 oktober 2019 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een aanbouw en het maken van een opening in de voorgevel van een woning. Appellant, wonend aan de naastgelegen locatie, stelde dat hij hinder zou ondervinden en dat de vergunning ten onrechte was verleend. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders.
De Afdeling stelde vast dat de mandelige meidoornboom, die verwijderd moest worden voor de aanbouw, alleen met toestemming van appellant verwijderd kon worden, welke niet werd gegeven. Dit vormde een evidente privaatrechtelijke belemmering die de rechtbank ten onrechte niet had onderkend. Vervolgens werd een gewijzigd bouwplan met een afstand van 20 cm tot de erfgrens aanvaard, waardoor de privaatrechtelijke belemmering was weggenomen.
Verder werd geoordeeld dat de overschrijding van de bouwhoogte conform de planregels was toegestaan, en de bezwaren over kapvorm en welstand faalden. De Afdeling vernietigde het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank, herroept de vergunning voor zover gebaseerd op oude bouwtekeningen en stelt dat de vergunning geldt op basis van de gewijzigde tekeningen van 7 maart 2022. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en de vergunning vastgesteld op basis van gewijzigde bouwtekeningen.