ECLI:NL:RVS:2022:2584
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening ter voorkoming vernietiging CT-waarden PCR-testen
Op 1 oktober 2020 verzocht verzoeker de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) om openbaarmaking van de Cycle Threshold (CT)-waarden van COVID-19 PCR-testen op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De minister wees dit verzoek af omdat hij stelde dat hij deze gegevens niet bezit, aangezien laboratoria de CT-waarden beheren en het RIVM deze informatie niet ontvangt.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van verzoeker gegrond en oordeelde dat de minister ook navraag had moeten doen bij laboratoria die onder zijn verantwoordelijkheid zouden vallen. De minister stelde echter dat laboratoria privaatrechtelijke entiteiten zijn en niet onder zijn verantwoordelijkheid vallen, en nam dit standpunt ook in een nieuw besluit op bezwaar.
Verzoeker stelde dat de CT-waarden wel degelijk onder de minister berusten en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om vernietiging van de gegevens te voorkomen, gezien de bewaartermijn en het spoedeisend belang. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vraag of laboratoria onder de minister vallen niet geschikt is voor voorlopige beoordeling, maar dat het spoedeisend belang van verzoeker zwaarder weegt dan het algemene belang van de minister.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de minister zich moet inspannen om de CT-waarden beschikbaar te houden totdat de Afdeling uitspraak doet in het hoger beroep. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De minister moet zich inspannen om te voorkomen dat de CT-waarden worden vernietigd totdat de Afdeling uitspraak doet in hoger beroep.