ECLI:NL:RVS:2022:2499
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten ondanks bezwaar omwonende
Het college van burgemeester en wethouders van Landerd verleende op 16 juni 2020 een omgevingsvergunning aan Compliment B.V. voor de tijdelijke huisvesting van 32 arbeidsmigranten op Voor-Oventje 33 te Zeeland. Na bezwaar van een omwonende, [appellant], vernietigde de rechtbank het eerste besluit en wees het beroep tegen het gewijzigde besluit af.
Het college nam op 8 december 2020 een nieuw besluit met aangepaste voorschriften, waaronder 24-uurs toezicht en beperkingen op verblijf buiten werktijd. [Appellant] stelde dat het college niet bevoegd was om de vergunning te verlenen omdat het gebruik betrekking had op een nog niet bestaand gebouw en betwistte de berekening van het aantal inwoners en arbeidsmigranten in het buurtschap.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college bevoegd was op grond van artikel 4, onderdeel 9, van bijlage II van het Bor omdat er al een bouwvergunning uit 2009 voor het gebouw was. De berekening van inwoners en arbeidsmigranten was voldoende onderbouwd en het toezicht op naleving van huisregels was adequaat geregeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.