ECLI:NL:RVS:2022:2357
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 26 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 9 november 2021 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft overwogen dat de rechtsvraag over het indirecte reële risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro Handvest bij overdracht aan Denemarken reeds is beantwoord in een eerdere uitspraak. Op grond daarvan oordeelt de Afdeling dat het hoger beroep gegrond is en vernietigt zij zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit van 26 augustus 2021.
De staatssecretaris wordt verplicht een nieuw besluit te nemen en te zorgen dat de vreemdeling kan terugkeren naar Nederland. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D.A. Verburg, in aanwezigheid van griffier L.M. Klinkhamer, op 15 augustus 2022.
Uitkomst: Het besluit van 26 augustus 2021 wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.