ECLI:NL:RVS:2022:2284

Raad van State

Datum uitspraak
5 augustus 2022
Publicatiedatum
8 augustus 2022
Zaaknummer
202204020/1/V3 en 202204020/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 91 Vw 2000Art. 92 Vw 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 29 maart 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd opnieuw af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 juni 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt wanneer hij illegaal was uitgereisd en dat hij tegenstrijdige verklaringen had gegeven over de duur van zijn verblijf bij zijn vader in Eritrea.

Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en de staatssecretaris werd niet veroordeeld tot het vergoeden van proceskosten.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.

Uitspraak

202204020/1/V3 en 202204020/2/V3.
Datum uitspraak: 5 augustus 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 28 juni 2022 in zaak nr. NL22.5886 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 29 maart 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen opnieuw afgewezen.
Bij uitspraak van 28 juni 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.A. Jeuring, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1.    De rechtbank is onder 6.3, 6.5 en 6.6 van haar uitspraak namelijk terecht en op goede gronden tot het oordeel gekomen dat de staatssecretaris de vreemdeling niet ten onrechte heeft tegengeworpen dat hij (a) niet aannemelijk heeft verklaard over het moment van illegale uitreis en (b) dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over de duur van het verblijf bij zijn vader voorafgaand aan zijn vertrek uit Eritrea. De Afdeling neemt deze motivering over.
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;
II.       wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, griffier.
w.g. De Moor-van Vugt
voorzieningenrechter
w.g. Melse
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2022
191-922