ECLI:NL:RVS:2022:221
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid afvalligheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 mei 2020 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd overwogen dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk had gemaakt hoe het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de afvalligheid werd verricht en beoordeeld. Hierdoor was toetsing door de bestuursrechter niet effectief mogelijk.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep gegrond was, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 20 mei 2020. De staatssecretaris moet de aanvraag opnieuw beoordelen, rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. De overige grieven behoefden geen bespreking meer. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke en transparante motivering van besluiten omtrent geloofwaardigheid in vreemdelingenzaken, zodat effectieve rechterlijke toetsing mogelijk blijft.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de aanvraag moet opnieuw worden beoordeeld.