ECLI:NL:RVS:2022:2196
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering kwetsbaarheid
Bij besluiten van 12 mei 2021 verklaarde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvragen van de vreemdelingen niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag bevestigde dit in haar uitspraak van 8 oktober 2021. De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris op de zitting bij de rechtbank een nieuw standpunt innam door te erkennen dat de jongste dochter van het gezin, die ernstig gehandicapt is, als bijzonder kwetsbaar moet worden aangemerkt. De motivering waarom het gezin na aankomst in Cyprus niet in een situatie van verregaande materiële deprivatie zou komen, ontbrak echter in de besluiten. Hierdoor was het vertrouwen in het interstatelijk vertrouwensbeginsel onterecht.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van 12 mei 2021. De beroepen van de vreemdelingen werden gegrond verklaard. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.277,00.
Andere aangevoerde grieven leidden niet tot vernietiging en behoefden geen nadere motivering omdat zij geen algemene rechtsvragen bevatten. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 29 juli 2022.
Uitkomst: De besluiten van 12 mei 2021 worden vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen worden gegrond verklaard.